"Raad en Groen moeten hand in eigen boezem steken"
Het interview met Ben Groen in De Scherper van 5 januari heeft nogal wat reacties losgemaakt. Een ervan is van Ton Schenk, bestuursjurist, oud-docent en gepensioneerd provinciaal ambtenaar, lid van de bezwaarschriftencommissie en bestuurslid voor het CDA. Zijn reactie is echter op persoonlijke titel. De conclusies van Ben Groen zijn volgens Schenk begrijpelijk en deels terecht. Zijn motivering vraagt echter om nuancering. Groens conclusie dat hel dualisme mislukt is, deelt Schenk. "Bij het dualisme wordt een scheiding aangebracht tussen de volksvertegenwoordiging, in casu de raad, en het bestuur, in dit geval het college. Op provinciaal en lokaal niveau kiest de volksvertegenwoordiging, anders dan op nationaal niveau, niet zijn eigen voorzitter. Dit is een compromis geweest. Wellicht bij de gekozen burgemeester gaat dat nog veranderen. Nu houdt de burgemeester nog twee petten op: voorzitter van zowel volksvertegenwoordiging als bestuur. Dualisme is echter meer. Vroeger was de raad naast controleur ook medebestuurder geworden en twee bazen op een schip werkt niet. De raad heeft nu de niet geringe taak gekregen om richting te geven aan het bestuur, een ijkpunt te vormen voor het bestuur en het bestuur daarop aan te spreken. Daarbij wordt de raad geacht het volk te vertegenwoordigen, "gevoelens van het volk te vertolken". Dat is een grote verantwoordelijkheid, maar vraagt ook de nodige bescheidenheid: luisteren buiten de raad is even belangrijk als spreken in de raad. Die richting bepalen is overigens een moeilijke zaak als er 10 partijen in de raad zitten die niet tot compromissen kunnen
komen. Hoe onduidelijker de richtingsbepaling is, hoe meer vrijheid het bestuur heeft. Wil de raad sterk zijn, dan is eensgezindheid, compromissen door goed overleg, noodzakelijk. De leden van de raad dienen ook een totaal andere houding te hebben dan wethouders.Een goed raadslid is zeker nog geen goede wethouder. Die laatste is eigenlijk een soort manager: doelstellingen realiseren door processen en mensen aan te sturen. Bij benoemingen zouden totaal andere functie-eisen moeten gelden. Nu geldt: een goed raadslid is een kandidaat-wethouder.
Op een goed raadslid moet je heel zuinig zijn; die moet je vooral niet wegpromoveren. Een niet gebonden bestuurder kan onafhankelijker en beter werken binnen de denkrichting die de raad heeft gegeven onder voorwaarde dat die duidelijk is."
Kritiek:
Een van de verwijten is dat de burgemeester de mislukking van het dualisme heeft veroorzaakt. "Indien hij de raad niet de kans geeft om onderling te overleggen, dan heeft Groen gelijk?, vindt Ton Schenk. "Maar indien dit vergadertechnisch nodig is omdat de raad niet op een structurele manier onderling kan overleggen, een vecht-raad is, dan heeft hij ongelijk. De raad heeft, dacht ik, ook zelf een signaal afgegeven niet achter het dualisme te staan door wethouders van buiten de raad niet toe te staan. Dat soort wethouders zijn een duidelijke exponent van het dualisme. Met dat besluit kan de raad, en Ben Groen in het bijzonder, de hand in eigen boezem streken waarom de ratio van het dualisme niet aanvaard is. Voordeel van wethouders buiten de raad is dat de inhoud prevaleert boven de kleur en club van de wethouder. Ook bij de Tweede Kamer loopt dat nog niet optimaal, omdat alle ministers toch uit het partijkader komen, maar gelukkig zijn bij de Algemene Beschouwingen in 2004, na die grote actie op het Museumplein, ook de regeringspartijen in opstand gekomen tegen het bestuur. De inhoud prevaleert en de belangen van het volk worden echt vertegenwoordigd.
Reacties (0)
Reageren op dit artikel is niet meer mogelijk.
